Documentatie wtp-patroon-wko wetartikel

Artikel 1 1 in deze wet en op deze.
Artikel 1 3 uitvoering toekennen.
Artikel 1 4 met oog op toekennen.
Artikel 1 5 ouder heeft aanspraak.
Artikel 1 6 ouder heeft voor.
Artikel 1 6a in afwijking artikelen.
Artikel 1 6b artikel 1 6 tweede lid.
Artikel 1 7 hoogte van kinderopvang.
Artikel 1 8 bij of krachtens.
Artikel 1 9 bedragen bedoeld in.
Artikel 1 10 financiele middelen.
Artikel 1 11 kinderopvangtoeslag.
Artikel 1 13 college kan aan ouder.
Artikel 1 45 degene die voornemens.
Artikel 1 46 uiterlijk tien weken.
Artikel 1 47 houder van kindercentr.
Artikel 1 47a onze minister dan wel.
Artikel 1 47b onze minister draagt.
Artikel 1 48 onze minister kan in.
Artikel 1 48a onze minister kan.
Artikel 1 48b onze minister draagt.
Artikel 1 48d onze minister.
Artikel 1 49 houder van kindercentr.
Artikel 1 50 houder van kindercentr.
Artikel 1 50a houder van kindercent.
Artikel 1 50b bij of krachtens.
Artikel 1 51 houder van gastouderbu.
Artikel 1 51a houder van kindercent.
Artikel 1 51b indien houder van.
Artikel 1 51c indien.
Artikel 1 52 kinderopvang geschiedt.
Artikel 1 53 bij regeling van onze.
Artikel 1 54 houder van kindercentr.
Artikel 1 54a houder van gastouderb.
Artikel 1 55 bij kinderopvang in.
Artikel 1 56 houder van gastouderbu.
Artikel 1 56a houder van gastouderb.
Artikel 1 56b gastouder beschikt.
Artikel 1 57a onze minister kan.
Artikel 1 57b houder van kindercent.
Artikel 1 57c houder van kindercent.
Artikel 1 57d ieder die betrokken.
Artikel 1 57e bij regeling van onze.
Artikel 1 58 houder van kindercentr.
Artikel 1 58a in afwijking artikel.
Artikel 1 59 houder van kindercentr.
Artikel 1 60 houder van kindercentr.
Artikel 1 60a van ouderparticipatie.
Artikel 1 60b voor ouderparticipati.
Artikel 1 60c in artikel 1 50.
Artikel 1 61 college ziet toe op.
Artikel 1 61a door onze minister.
Artikel 1 62 toezichthouder houdt.
Artikel 1 63 toezichthouder legt.
Artikel 1 64 onze minister kan.
Artikel 1 65 college van gemeente.
Artikel 1 66 college kan houder.
Artikel 1 66a geschillencommissie.
Artikel 1 66b indien oudercommissie.
Artikel 1 67a dienst toeslagen.
Artikel 1 72 college kan degene die.
Artikel 1 80 indien college.
Artikel 1 81 indien college houder.
Artikel 1 87 bij algemene maatregel.
Artikel 1 88 onze minister zendt na.
Artikel 3 1 inschrijvingen van.
Artikel 3 2 onze minister verwerkt.
Artikel 3 2a artikel 1 6 eerste lid.
Artikel 1 6 eerste lid onderdeel g.
Artikel 3 2b artikel 1 6 tweede en.
Artikel 1 6 tweede en derde lid.
Artikel 3 3 uitvoeringsinstituut.
Artikel 3 4 voordracht voor.
Artikel 3 5 bij of krachtens.
Artikel 3 5a onze minister zendt.
Artikel 3 6 deze wet wordt.

artikel 1 6 tweede en derde lid zoals dat luidde voor het

   
Beschrijving: Artikel 1.6, tweede en derde lid, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C en D, van de Wet van 2 december 2020 tot wijziging van de Wet Kinderopvang in verband met enkele wijzigingen met betrekking tot het recht op kinderopvangtoeslag (Stb. 2020, 518) blijft tot een jaar na dat tijdstip van toepassing, indien de ouder:
Hoort bij: hoofdstuk 3 overgangs en slotbepalingen
  • a. 6 indien de ouder op de dag voor dat tijdstip aanspraak had op kinderopvangtoeslag, en.
  • b. 6 indien de ouder hij of zijn partner op dat tijdstip arbeid verrichtte, niet zijnde tegenwoordige arbeid waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten dan wel inkomen dat hiermee gelijkgesteld wordt op grond van artikel 1.6, vierde lid.
Paragraaf 2. Slotbepalingen.
Relatie met ouder: contains.
Opgenomen in: Bevat:
: Index wtp-patroon-wko wetartikel  
(e)mpowered by VVMM moxen software